zuster van liefde met leerling in tuin college ten doorn eeklo
paviljoen Paulus dactyloles vorige eeuw
glasraam Sint-vincentiuscollege
kapel sint-vincentiuscollege
oud klaslokaal sint vincentiuscollege
speelzaal sint-vincentiuscollege
misdienaars in oude kapel sint-vincentiuscollege

Op 10 mei 1832 namen drie zusters hun intrek in Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn, het voormalige klooster van de Paters recollecten. Op aanvraag van de stad zouden ze cholerapatiënten verzorgen. Omdat de ziekte uiteindelijk Eeklo niet trof, veranderden de zusters hun opdracht en startten ze een betalende lagere school. Volgens hun regel moesten ze voor iedere rijke leerlinge wel ook aan twee arme les geven. Zo openden ze gelijktijdig de deuren van een kosteloze lagere school.

Het instituut breidde vlug uit met een pensionaat, dat vijftien jaar later al heel wat Engelse leerlingen aantrok. In de nasleep van de schoolstrijd 1878-1879 was de vraag naar pedagogisch geschoold personeel heel groot. De tweede overste pikte op de situatie in en opende tussen 1886 en 1894 een normaalschool (zowel een Frans- als Nederlandstalige sectie) voor onderwijzeressen, kleuterleidsters en regentessen. De volgende stap op de weg van het hoger onderwijs was de oprichting van de Hogere Handelsschool. Decennia later zou die afdeling overgeheveld worden naar Antwerpen, waar ze nu een onderdeel is van de Universiteit Antwerpen.

oude speelplaats ten doorn vorige eeuw

De internationale faam van het instituut was intussen al flink gegroeid. Heel wat Belgische en buitenlandse leerlingen volgden de cours moyens en de cours supérieurs. Net vóór de eerste Wereldoorlog prijkten op de inschrijvingslijsten twaalf verschillende nationaliteiten.

Met de oprichting van de Sint-Paulusafdeling (een soort finishing school) werden de cours moyens gesplitst in een Nederlandse, een Franse, een Engelse en een Duitse sectie. In 1910 ging de school scheep met de Oxford University. De Oxfordafdeling bereidde de leerlingen voor op academische studies. Programma’s en examens werden door de universiteit bepaald. Die expansie uitte zich ook in grote feesten, concerten en theatervoorstellingen door de leerlingen. Zowel aan de Kloosterdreef als aan de Zuidmoerstraat verrezen klassen, refters, turn- en feestzalen. De aanleg van een prachtige tuin zorgde voor het nodige groen en de rust.

 

In het Interbellum werd het gamma afdelingen nog uitgebreid. De humaniora startte met de richting Grieks-Latijn; Economie, Wetenschappen en Wiskunde volgden. De beroeps- en technische school Sint-Anna bood huishoudkunde, naaien en handel aan. Vooral in West-Vlaanderen bleek Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn een aantrekkingspool te zijn. Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog telde de school 1450 leerlingen. Daarvoor stonden 160 zusters in. Met de Duitse inval verhuisden echter alle Franstalige afdelingen naar Wallonië en sloot ook de Oxfordafdeling de deuren. 

De naoorlogse babyboom zorgde voor een tweede expansieperiode met 2000 leerlingen. De kleintjes konden vanaf de jaren ‘60 ook in de wijkscholen Sint-Janneke en Sint-Beatrijs terecht. Grootse turn- en tuinfeesten waren toen onderdeel van de public relations van de school. Van bij het begin had de normaalschool de nadruk gelegd op pedagogische vernieuwingen. Het lag dan ook voor de hand dat Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn in de jaren ’70 een pilootschool werd van het Vernieuwd Secundair Onderwijs (VSO). Concentratie zou in de daaropvolgende jaren het onderwijslandschap bepalen. Het werd een beweging in twee richtingen. Toen in 1997 de normaalschool een onderdeel werd van de Gentse Artevelde Hogeschool verdween een stukje Ten Doorn uit Eeklo. De fusies met de beroepsschool Sint-Theresia (naaien) en de Verpleegsterschool (verpleging/verzorging) zorgden voor uitbreiding.

schoolgebouw sint-manneke

In 2001 werd het fusiecontract tussen Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn en het Sint-Vincentiuscollege bezegeld met de nieuwe naam College Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn.

 

nieuw gebouw Zuidmoerstraat

Het bisschoppelijk college kon terugkijken op een bijna even lange geschiedenis.

In 1840 vormden drie priesters van de congregatie van O.-L.-Vrouw en 44 leerlingen het begin. Ze namen hun intrek in de achttiende-eeuwse gebouwen van de vroegere Latijnse School van de paters recollecten. Drie jaar later zaten al 100 jongens op de banken, en kort nadien ging het internaat van start. In 1860 nam het bisdom de school over en stonden voortaan seculiere priesters voor het bord. Tot de Tweede Wereldoorlog bestond het aanbod uit de richting Latijn-Grieks en de Cours de Commerce (voorloper van de moderne humaniora). Zoals bij de vrouwelijke buur volgde toen een ware expansieperiode.

sint_vincentiuscollege_rond_1900.jpeg

 De humaniora kreeg er de richtingen Moderne en Wetenschappen bij. In de tuin werden nieuwe klassen en moderne serres het terrein van de land- en tuinbouwschool Sint-Leo. De lagere school Sint-Gerolf vond onderdak in de Kloosterdreef. In de Zandstraat bood het sportterrein Ithaka (4 hectare) ruime sport- en spelmogelijkheden. Met de turn- en sportdemonstraties, Ikaros (vendelzwaaiers) en Masker ’56 (toneel) haalde het college de landelijke pers.

In de jaren 60 kwamen er afdelingen moderne humaniora in Maldegem (1962) en in Zomergem (1964). Telkens betrof het de 6de, 5de en 4de moderne voor jongens van 12 tot 15 jaar. Voor het hoger middelbaar diende men naar Eeklo te gaan. Zowel in Zomergem als Maldegem gingen die afdelingen decennia later op in een plaatselijke fusie, als gevolg van de invoering van het gemengd onderwijs. In Zomergem was dat samen met het Sint-Lutgardisinstituut, tot dan een meisjesschool. In Maldegem fuseerde (1989) het college met het Instituut Zusters Maricolen.

De school groeide buiten haar muren ook met de oprichting van de wijkschool Sint-Jozef. Het maximale aantal leerlingen steeg tot 1500 in de jaren ’80. 

oude_gevel_sv_college.jpeg

 

Bij de fusie hadden zowel Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn als het Sint-Vincentiuscollege hun internaat al gesloten. Het partnerschap zorgde echter voor een enorme schaalvergroting, waarbij momenteel 2800 leerlingen verspreid op de scholencampus secundair onderwijs volgen op een terrein van ongeveer 18 hectare.

Een ankerpunt blijft de zeventiende-eeuwse kapel van Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn in de Zuidmoerstraat. De paters recollecten bouwden ze op de plek waar in 1448 het miraculeuze Mariabeeldje was gevonden.

In een klein kapelletje van de Grauwzusters trok het al meer dan twee eeuwen heel wat bedevaarders. Na de restauratie schittert de kapel weer in al haar glorie. Een trekpleister voor toeristen, een kleinood van College Onze-Lieve-Vrouw-ten-Doorn.

onze lieve vrouw ten doorn beeldje kapel